Onkruid in het stinzenplantenmilieu

Onkruid, ongewenste planten tussen gekweekte gewassen zo staat het omschreven in het woordenboek van Van Dale. Hoe ongewenst zijn deze kruidachtige vegetaties in het stinzenplantenmilieu nu eigenlijk? Dat is zoeken naar de balans. Zolang de stinzenplanten elk jaar blijven opkomen, stand weten te houden en gestaag vermeerderen mogen deze gerust naast onkruid staan. Lokaal de balans in orde houden en dus blijft het opletten dat er geen invasie is van één bepaald soort onkruid die de stinzenplanten overwoekeren.    

Het stinzenplantenmilieu heeft vaak een kalkrijke bodem waarop naast de kruidenlaag een struikenlaag en een bomenlaag groeien. Deze struiken en bomen zorgen voor de juiste, schaduwrijke omstandigheden voor de stinzenplanten. In de herfst laten ze het blad vallen wat zorgt voor een mooie rulle laag van humus. Deze bodem is de basis voor een rijk bodemleven. En het is de thuisbasis voor mieren die op hun beurt weer zorgen voor de verspreiding van de zaden van de stinzenplanten. De cirkel is rond.

De kruidenlaag bestaat uit een breed scala aan inheemse planten die zich thuis voelen op dit soort plekken. Veel van deze planten hebben een positief imago, zoals het het zonnige geel van het speenkruid,  het vriendelijke paarsblauw van de hondsdraf of het felle rose van de dagkoekoeksbloem. Maar er zijn ook twijfelaars, wat bijvoorbeeld te denken van fluitekruid? En dan hebben we het nog niet gehad over de paardenbloem, laat staan over het zevenblad of de brandnetel.

In een korte reeks zoomen we in op een aantal van deze gewenste of soms minder gewenste (on)kruiden. In ieder geval zorgen ze voor een gevarieerd milieu, met kleur, geur en een bijdrage aan de biodiversiteit. Lang leve het onkruid in het stinzenplantenmilieu.

reacties

0 0 votes
Artikelbeoordeling
Subscribe
Notify of
0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
U kunt geen content van deze pagina kopiëren